De Franse SlagLa joie de vivre, (zie archief voor overige artikelen) De afgelopen maanden, en overigens nog steeds, hebben wij veel nederlandse gasten in onze gîtes en aan onze “table d’hôte-tafel” mogen ontvangen. Tijdens deze periode wordt er heel wat informatie over en weer uitgewisseld, waarbij de verschillen tussen het leven in Nederland en Frankrijk vaak het onderwerp van gesprek vormen. Dat wij na ruim vier jaar woonachtig te zijn in Frankrijk al aardig “verfransen” blijkt wel doordat wij van sommige verhalen echt vreemd opkijken, terwijl wij dat een paar jaar geleden nog heel normaal vonden en toen wij nog in Nederland woonden zelfs ook regelmatig meemaakten en ondervonden. Files vormen zo’n voorbeeld. De meeste gasten van ons vinden het heel normaal om in hun planning rekening te houden met tijd die verloren gaat aan het stilstaan in files. Als wij de afgelopen vier jaar in een straal van zo’n 400 km rondom Egliseneuve in totaal een kwartier in de file hebben gestaan is het veel geweest. Angst voor inbraak, diefstal en beschadiging horen we ook van veel gasten terug. Dat wij hier met een gerust hart alles open kunnen laten staan en bijvoorbeeld duur tuinmeubilair gewoon vanaf april tot eind oktober zonder enig probleem buiten kunnen laten staan, terwijl iedereen er zo bij kan en wij het grootste deel van onze bezittingen niet eens kunnen zien, is voor ons heel gewoon. Opvallend voor ons is de hoeveelheid aan techniek en gadgets die veel mensen tegenwoordig meenemen. De meeste nieuwe snufjes worden aangeduid met afkortingen waar wij nog nooit van gehoord hebben, laat staan dat wij weten waar ze voor gebruikt kunnen worden. In de nederlandse tijdschriften, die wij van veel gasten tot ons groot genoegen cadeau krijgen aan het eind van hun vakantie, lees ik tot mijn grote verbazing dat het heel normaal is dat men een paar uur per dag aan het twitteren is. Eén meneer stelt zelfs dat googlen wat hem betreft al tot het verleden hoort en hij alleen nog maar twittert. Een mevrouw van dik in de zestig kijkt per dag een paar honderd keer op haar beeldscherm om te kijken of er al reacties op haar tweets zijn, lees ik. En ook hyves en facebook schijnen zeer populair te zijn. Naar het schijnt komen mensen zelfs in tijdnood en lijden ze aan slaapgebrek omdat al deze internet bezigheden hen opslokken. Tijd om vrienden en familie in het “echt” te zien is er op deze manier niet meer, maar daar staan heel wat virtuele contacten tegenover. Hoe anders gaat het er hier bij ons in het dorp aan toe. Slechts weinigen beschikken over een computer en als men er al één heeft, staat ie meer uit dan aan. Hoewel Egliseneuve voorziet in alle moderne technologie voor een goede internet verbinding, wordt er bij ons in het dorp zeer weinig gebruik gemaakt van dat medium. Datzelfde geldt overigens ook voor de (mobiele)telefoon. Het is hier nog heel gebruikelijk om gewoon even bij iemand langs te gaan als je wilt weten hoe het met die persoon gaat, waar die mee bezig is of gewoon als je even zin hebt in een praatje om niks. Nog nooit hoorden wij van iemand: “helaas het komt nu niet uit”, of “sorry we zitten te eten” of “ik heb haast, we spreken elkaar nog”. Al menig keer troffen wij mensen aan in nachtgewaden, aan het werk, met gasten etc. en altijd werden/worden we warm onthaald en moeten we vooral blijven, iets drinken, mee eten en vooral weer snel terug komen. Nee, een afspraak maken hoeft niet: tijd maak je immers simpelweg zelf en voor de geneugten (zoals het samen zijn met vrienden en familie)van het leven is er altijd tijd! Ik denk niet dat er ook maar iemand uit ons dorp en de omgeving ooit getwittert heeft, noch een profiel op hyves of facebook heeft staan, waarmee hun totaal op virtuele vrienden op nul staat en hun netwerk beperkt blijft tot enkele tientallen vrienden en kennissen. Daarentegen hebben ze alle tijd om met hun vrienden van vlees en bloed met al hun hebbelijk- en onhebbelijkheden regelmatig samen leuke dingen te ondernemen, te eten en drinken en een potje pétanque (bij nederlanders beter bekend als “jeu de boules”) te spelen. Tegen de hartelijkheid en vreugde die je dan ervaart kan geen twitter, hyves of facebook op!
De Franse SlagMoeflons en bergmarmotten, (zie archief voor overige artikelen) Leuke bijkomstigheid van het wonen op het platteland in de Auvergne is naast de schitterende en volop aanwezige flora, de overal aanwezige fauna. En dan heb ik het niet over de koeien, waaronder vooral de Salers- en Limousin koe, die overal staan te grazen. Of de de paarden, schapen, geiten, kippen, ganzen en eenden die bij veel boerderijen rondlopen. Nee, ik bedoel dan de dieren die niet door mensen gehouden worden, maar gewoon vrij in de natuur rondlopen. Menig gast van ons is al verheugd naar ons toegekomen met de mededeling dat ze een hert of vos tijdens de wandeling hebben gezien. Maar ook hermelijnen, marters en diverse bijzondere vlinder- en vogelsoorten worden regelmatig gespot. Het enorme scala aan insecten houd ik nog maar even buiten beschouwing. En slangen komen hier ook voor, maar het overgrote deel daarvan is absoluut niet gevaarlijk, zo heb ik mij laten vertellen. Behalve de bovenstaande dieren, is het ook mogelijk om “in het wild” moeflons (hoewel ze veel weg hebben van een geit, schijnt een moeflon toch echt een “wild schaap” te zijn), gemzen en marmotten te zien. Onze buurman van bijna 77 jaar is een groot natuurliefhebber en nodigde ons enkele weken geleden uit om samen met hem moeflons en marmotten te gaan bekijken. De Franse SlagLeven in de campagne, (zie archief voor overige artikelen) Toen wij ruim vier jaar geleden vanuit Arnhem naar het platteland van Frankrijk verhuisden, beseften we ons goed dat het een heel ander leven zou worden, maar hoe goed je je ook voorbereidt, je weet pas echt hoe het is als je hier een paar jaar woont. In veel opzichten is het ons mee gevallen, de stap van stad naar platteland. Zo blijken onze dorpsgenoten vaak veel gereisd te hebben en zijn ze erg makkelijk in de omgang. Veel van hen hebben bovendien gestudeerd en vaak op diverse plekken in Frankrijk of daar buiten gewoond. Het aantal boeren bij ons in het dorp is sterk in de minderheid, terwijl wij verwacht hadden dat zij juist de meerderheid zouden vormen. Bovendien telt ons dorp (met slechts ca. 600 inwoners) zo’n 32 zelfstandig ondernemers, dus collega’s: ook dat was verrassend voor ons. En hoewel het klimaat veel ruiger is dan wij hadden verwacht, genieten we van de koude winters met veel sneeuw, het voorjaar met haar vele bloemen en planten in alle velden, de zomer met soms hoog oplopende temperaturen tot ca. 35 graden en met enige regelmaat fiks onweer met enorme regen- of hagelbuien en tenslotte het najaar met haar prachtige kleuren en veel zon en stabiel weer. De jaargetijden zijn hier veel duidelijker aanwezig dan in Nederland en elk jaargetijde brengt (op het platteland, of zoals de Fransen zeggen de campagne) zijn eigen specifieke werkzaamheden met zich mee. Zo zijn wij ’s winters vaak gemiddeld per dag zo’n 2 uur bezig met sneeuwruimen. Doen we het niet, dan kunnen we na verloop van tijd ons eigen terrein niet meer op of af. De afgelopen winters viel namelijk in total zo’n 12 meter sneeuw (per winter)bij ons in de omgeving. Dat betekent ook dat de winterbanden er op tijd om moeten, want zonder winterbanden kom je hier niet ver. Daarnaast moeten er aardig wat voorbereidingen getroffen worden voor de winter zoals: zorgen voor voldoende hout voor de haarden (een kuub of 4 per winter). Het hout moet gekloofd worden, tenminste 2 jaar gelegen hebben en volledig droog zijn. De olietank moet gevuld zijn, want wij hebben hier geen stadsgas zoals in Nederland en stoken ons verwarmingssysteem op olie. Maar aangezien de tank onder de bestrating ligt, is het lastig om daar ’s winters bij te komen, dus dat moet voor de winter gebeurd zijn. Vervolgens moet het hele watersysteem in de gebouwen die niet gebruikt worden volledig afgetapt en doorgeblazen worden. Desondanks bevriezen de waterleidingen, daar waar nog een paar druppels achter gebleven zijn, toch gewoon. Tja, tegen wekenlang temperaturen rond de -20 graden overdag, valt niet aan te werken. En de winters duren met gemiddeld 5 tot 6 maanden aanzienlijk langer dan in Nederland. In het voorjaar moet er hard gewerkt worden om alles weer een beetje representatief te krijgen na al het geweld van de winter. Het is ongelooflijk hoeveel de houten kozijnen, maar ook de muren en bestrating lijden van alle kou en sneeuw. Elk voorjaar betekent dat toch een hoop reperatie werkzaamheden. Daarnaast schiet het gras dan de grond uit, waardoor er twee keer per week gemaaid moet worden. Ondanks een groot scala aan apperatuur (zoals een zitmaaier, motormaaier en bosmaaier) kost het maaien van 5000 m2 grond toch snel zo’n 2,5 uur. Dat wil zeggen als er niets van de apperatuur kapot gaat tijdens het maaien, want die machines lijden behoorlijk . Zeker wanneer er weer een aantal mollen voor molshopen met de nodige stenen heeft gezorgd… In de zomer proberen we zoveel mogelijk alles goed te onderhouden, maar bij grote warmte en veel zon, wordt het bijvoorbeeld lastig schilderen buiten. Indien mogelijk schuiven we dat soort klussen dan ook op naar het najaar. Het seizoen waarin we ook alweer de voorbereidingen voor de winter dienen te treffen. En zo is het cirkeltje weer rond. Het leven in de campagne brengt dus wel het nodige werk met zich mee en vereist een redelijk goede gesteldheid en een goede planning. De positieve keerzijde is natuurlijk wel dat we veel buiten bezig zijn en heel wat dichter bij de natuur zijn komen te staan. (nadeel daarvan is overigens wel dat je veel sneller rimpels krijgt door al het buiten bezig zijn….) Eén van de leuke aspecten daarvan vormen de dieren in onze directe omgeving, waarover de volgende keer meer. De Franse SlagOog om oog, (zie archief voor overige artikelen) Zo’n twee jaar geleden besloot ik, na enkele jaren een bril te hebben gedragen, dat ik toch weer liever contactlenzen wilde. In Nederland ging ik voor nieuwe lenzen gewoon naar de opticiën, deed een leestestje en ging de winkel weer uit met datgene waar ik voor gekomen was. In Frankrijk gaat dat echter anders zo vertelden diverse Fransen mij. Ik moest een afspraak maken bij de oogarts voor een recept voor de opticiën. Maar zo zei men, oogartsen hebben het druk in Frankrijk, dus een wachtlijst van een half jaar is niet uitzonderlijk. Dat laatste bleek inderdaad waar te zijn. Gelukkig bestaan er ook veel praktijken buiten de ziekenhuizen om, en na even bellen, had ik beet: ik kon de week erop meteen al op maandag terecht! Tja, en dat was achteraf gezien niet zo vreemd…. Na een kort moment in de wachtkamer te hebben gezeten werd ik binnen geroepen door een française zoals ik mij (vroeger) altijd een française voorgesteld had: ondanks de hoge hakken, een behoorlijk stuk kleiner dan ik, knalroze mantelpak aan, behangen met goud, coupe “orkaanbestendig”, opgemaakt en geparfurmeerd alsof ze elk moment naar de opera kon gaan en voorzien van een opvallende bril type “strenge schooljuffrouw”. Ik had eigenlijk verwacht dat zij, net als ik, zich voor zou stellen nadat ik haar keurig de hand had gegeven, maar het enige wat zij zei was: wat ben jij enorm groot! Op zich niet zo’n hele vreemde reactie aangezien ik met mijn 1.85 meter toch snel een liniaal verschil met haar maakte, maar kennelijk was Madame C. niet zo gecharmeerd van mijn lengte en probeerde mij zo snel mogelijk wat kleiner te maken (uiteraard in figuurlijke zin, hoewel ze het vast ook graag in letterlijke zin geprobeerd had). En dat lukte haar aardig, moet ik zeggen! Nadat zij mij gezegd had dat ik plaats mocht nemen, zei ze nogmaals dat ik ongekend groot was, om vervolgens te vragen waarom ik precies kwam. Even schoot mij een uitspraak van Willem van Hanegem te binnen, die ooit in één of ander ver land dezelfde vraag voorgelegd had gekregen toen hij daar als trainer werd aangesteld en antwoordde: “nou in ieder geval niet om een reep chocola te kopen”. Maar één blik op Madame C. en ik wist dat ik beter naar waarheid kon antwoorden: “omdat ik graag lenzen wil en begrepen heb dat ik daarvoor een recept van u nodig heb”. Geen idee wat ik daar precies mee verkeerd gezegd heb, maar ik had haar waarschijnlijk met de uitspraak van Van Hanegem minder kwaad gemaakt. De daarop volgende tien minuten kreeg ik een donderpreek over wat ik eigenlijk wel dacht dat zij was. Alsof ik zo even een briefje voor een paar lenzen bij haar kon halen. Zij was per slot van rekening wel arts; zij had dus gestudeerd! En of ik wel wist hoe belangrijk je ogen zijn en hoe makkelijk het is om die te verpesten en dat alleen een goede oogarts de juiste diagnose kan stellen voor een goede bril of lenzen. Dat ik bovendien veel beter een bril kon blijven dragen omdat lenzen helemaal niet prettig zaten en lastig waren en echt niet zo makkelijk waren om in- en uit te doen en schoon te maken. In al mijn naïviteit antwoordde ik haar dat ik al zo’n 10 jaar lang lenzen gedragen had in Nederland en dat ik er nooit enig probleem mee gehad had en het juist veel praktischer vond dan een bril. Dat ik heel goed begreep dat zij een arts was en ik het heel fijn vond dat iemand met verstand van zaken mijn ogen op wilde meten, dat ik in Nederland gewend was dat dat bij de opticiën gebeurde en dat je daar geen recept oid nodig hebt bij het aanschaffen van lenzen. Helemaal fout! Een opticiën, sprak zij met een vies gezicht, is een verkoper van brillen of lenzen, net zoals je een autoverkoper hebt, maar die heeft totaal geen verstand van ogen en is zeker geen arts. Het enige wat die mag doen is je de lenzen/bril overhandigen en met je afrekenen. Duidelijk gepikeerd vroeg ze me vervolgens naar mijn gegevens. En toen ik bij het noemen van mijn telefoonnummer per ongeluk (want redelijk van slag door al het verbale geweld) begon met 71 ipv 73, werd ik nog een kopje kleiner gemaakt: ik woonde toch in Egliseneuve? Dat ligt in de de Puy de Dôme en begint dus met 73, de Cantal begint met 71. Wist ik dan niet eens mijn eigen telefoonnummer?! De wens om weer lenzen te kunnen dragen bleek groot en natuurlijk scheelde het ook dat ik wist dat ik bij een andere oogarts nog een half jaar moest wachten, dus ik bleef zitten en hield mezelf voor dat het slechts nog een kwartiertje zou duren voordat ik met mijn receptje op straat zou staan. Geduldig onderging ik alle proefjes, die veel verder gingen dan een simpele leestest zoals ik die in Nederland gewend was (er werd van alles en nog wat opgemeten, van oogbolling tot zuurgehalte in mijn traanvocht) voordat ik weer plaats nam achter het bureau. (Overigens had Madame C. in die tussentijd toch minimaal 2 keer nog eens duidelijk gemaakt dat ik “zeker voor een vrouw” wel erg lang was! ) Mijn doel leek bijna bereikt en de schok was dan ook groot toen Madame C. mij vertelde dat ik vandaag geen receptje mee zou krijgen! Wat bleek: in Frankrijk moet je de eerste keer dat je lenzen aangemeten krijgt een week lang elke dag terugkomen bij de oogarts. Op dag 1 doet de oogarts allerlei testjes, waarna hij/zei de lenzen bij je indoet. Vervolgens moet je een uurtje iets anders gaan doen en weer terugkomen. De oogarts doet de lenzen bij je uit en verricht vervolgens weer allerlei metingen. De volgende dagen mag je onder begeleiding van de oogarts zelf je lenzen in- en uit doen en schoonmaken. Dagelijks wordt weer van alles gemeten en per dag mag je de lenzen een paar uur langer in houden. Ook vertelde Madame C. mij allerlei belangrijke wetenswaardigheden over het dragen van contactlenzen, waarna ik op vrijdag “overhoord” werd. Ik bleek een voorbeeldige leerling te zijn geweest: had alle antwoorden goed en kon al heel geroutineerd mijn lenzen in- en uit doen en schoonmaken aldus een trotse Madame C.(gek hè na 10 jaar lenzen te hebben gedragen: betekent dat ik toch al snel meer dan 3000 keer geoefend had…). Vrijdag om 17.30 uur kon ik dan eindelijk met het fel begeerde papiertje naar de opticiën, waarna ik een jaar lang zorgeloos heb kunnen genieten van mijn lenzen. Maar na een jaar moet je in Frankrijk weer terug naar de oogarts voor een controle en nieuw receptje. Hoewel ik na zo’n vreugdevol afscheid van het jaar daarvoor een hartelijk welkom had verwacht, bleken Madame C. en ik nog steeds elkaars taal niet te spreken (en niet alleen in letterlijke zin!). Inmiddels moet ik voor de derde keer naar de oogarts, maar nu heb ik al heel ruim van te voren een afspraak bij een andere oogarts gemaakt: een man dit keer. Hopelijk is hij heel lang! De volgende keer: leven in de campagne De Franse SlagZorg in Frankrijk, (zie archief voor overige artikelen) Hoewel het natuurlijk prettiger is om er geen gebruik van te hoeven maken, krijg je als woonachtige Nederlander in Frankrijk vrijwel altijd te maken met het medische circuit. Gelukkig blijkt de zorg in Frankrijk uitstekend geregeld te zijn. Sterker nog, ik zou bijna zeggen als je dan toch wat krijgt, dan kun je er maar beter in Frankrijk aan geholpen worden! En ik spreek uit ervaring; ik/wij zijn (helaas)de afgelopen jaren zo’n beetje in elk ziekenhuis en kliniek geweest die je maar in Clermont-Ferrand en Issoire kunt vinden en daarnaast ook bij de diverse specialisten, die vaak een eigen praktijk buiten het ziekenhuis hebben. Enigszins overeenkomstig met Nederland is de manier waarop de ziektekosten verzekerd zijn. Zo is iedereen veplicht een basisverzekering te hebben en kun je je daarnaast nog aanvullend verzekeren. Het grote verschil met Nederland is de prijs van die verzekeringen: die ligt in Frankrijk ver onder die van Nederland. Ander verschil is dat veel Fransen zich beperken tot slechts de basisverzekering en vaak al over die prijs klagen. En dan te bedenken dat ik me bijvoorbeeld voor 100% aanvullend verzekerd heb en slechts ca. een derde van de prijs per maand betaal van wat ik in Nederland betaalde! Een ander groot verschil met Nederland vormen de wachttijden en wel in meerdere opzichten. Zo is het vrij gebruikelijk dat wanneer je als patiënt bij de huisarts komt en deze vindt dat je doorgestuurd moet worden naar de specialist, de huisarts meteen even (waar je bij bent) de betreffende specialist opbelt om een afspraak voor je te maken. Meerdere keren heb ik meegemaakt dat de huisarts me vroeg “zou je er over 1 of 2 uurtjes kunnen zijn?”. Het ging daarbij niet eens om een urgent geval. Vaak kan je dezelfde of de volgende dag al terecht bij de specialist, en over het algemeen zeker dezelfde week. Eenmaal aangekomen bij de specialist tref je zelden een volle wachtkamer aan. Over het algemeen hoef je meestal niet langer dan een kwartiertje te wachten voor je aan de beurt bent (hoe onfrans!). En ook na afloop van het onderzoek hoef je niet lang te wachten op eventuele uitslagen. Daar waar mogelijk (bijna alles betreffende radiologie) krijg je meteen na afloop van het onderzoek de uitslag te horen en wel van de specialist zelf. Daarna krijg je die uitslag op papier in tweevoud mee (1 exemplaar voor je zelf, 1 voor de huisarts)en ook de foto’s, echo’s, scans etc. worden aan de patiënt meegegeven nadat die besproken zijn. De kwaliteit van de zorg in Frankrijk staat zeer hoog aangeschreven, op veel punten zelfs veel hoger dan in Nederland. Persoonlijk vind ik het erg prettig dat je in Frankrijk zonder enig probleem altijd de specialist te spreken kunt krijgen, zelfs telefonisch wanneer je dat wilt. Daarnaast is het me opgevallen dat de artsen waarmee ik/wij te maken hebben gehad (en dat aantal loopt ver in de tientallen) over het algemeen zeer toegankelijk zijn, enorm betrokken zijn bij hun vak, alle tijd voor je nemen en je het gevoel geven echt begaan met je te zijn. Kortom, niets dan lof over de Franse zorg! Echter, tot nu toe is er één uitzondering op al het bovenstaande gebleken: de oogarts, waarover de volgende keer meer. De Franse SlagHet Frans kwartiertje, (zie archief voor overige artikelen) Mogelijk trekt u bij het lezen van de titel van deze column verbaasd uw wenkbrauwen op, immers een kwartier heeft toch geen nationaliteit? Als nuchtere Nederlander denkt u wellicht dat een kwartier overal ter wereld 15 minuten duurt, maar niks is minder waar! In Frankrijk staat een kwartier voor een variabele tijd, afhankelijk van wat er binnen de genoemde tijd allemaal aan afleiding geboden wordt. Vergelijk het met het gedrag van een jachthond. Daar wij in het bezit zijn van zo’n exemplaar kennen wij dat gedrag vrij goed. In tegenstelling tot een groot aantal andere hondenrassen zal een jachthond vaak niet meteen komen als je hem roept. Ja, hij begint wel vrijwel meteen aan de tocht naar zijn baas nadat die hem geroepen heeft, maar als hij op weg naar zijn baas opeens een lekker spoor ruikt of iets interessants op zijn weg ziet, zal zijn baas toch even geduld moeten hebben, want de verleidingen gaan voor. En zo is het met de Fransen mijns inziens niet anders. Zo kan je bijvoorbeeld bij de bouwmarkt iets niet vinden en zoek je een medewerker van die betreffende bouwmarkt op om te vragen waar je het product kunt vinden. Gelukkig wordt je dan niet –zoals regelmatig in Nederland- met een vaag handgebaar en een kort “daaro”naar een onduidelijke hoek in de winkel verwezen, maar wordt er door de medewerker beloofd dat hij je zo komt helpen. Vaak wordt er zelfs een tijdslimiet aan gekoppeld “deux minutes madame…” In zo’n geval mag je heel blij zijn als het “slechts” een kwartiertje duurt. Helaas heb ik het zeer regelmatig meegemaakt dat we dat record niet haalden. Heel vervelend als je om 11.15 uur om hulp hebt gevraagd en er om 11.45 uur nog steeds niemand verschenen is. Te meer omdat je weet dat om 5 voor twaalf iedereen in de startblokken staat om te gaan lunchen (zie de column "Tussen twaalf en twee", onderaan deze rubriek) en dat je kansen dan tot tenminste 14.00 uur echt totaal verkeken zijn. Omdat ik me over dit typische Franse fenomeen bleef verbazen ben ik eens wat mensen gaan observeren nadat zij iemand beloofd hadden “zo” te komen. En ja hoor, de medewerker bleek inderdaad na een paar minuten onderweg te gaan naar de klant, maar rook onderweg opeens het spoor van een leuke collega, kreeg trek in iets te drinken, kreeg een telefoontje van een bekende over de wedstrijd van die avond ervoor of zag iets op een computerscherm die hij passeerde wat zijn aandacht trok. Kortom; jachthonden gedrag. Volgens de opvoedkundige boekjes over jachthonden is het het beste om de hond, als hij uiteindelijk na een aantal omzwervingen bij zijn baas komt, te belonen door hem blij en enthousiast aan te spreken of iets lekkers te geven. Hierdoor krijgt de hond ingeprent dat het fijn is om bij de baas te komen en zal hij een volgende keer wellicht sneller komen. Ik heb het blije en enthousiaste onthaal uitgeprobeerd op medewerkers van diverse winkels, maar helaas vooralsnog zonder gewenst resultaat. Wellicht moet ik het met iets lekkers gaan proberen… Moraal van dit verhaal en van de vorige column: heb geduld wanneer je in Frankrijk bent, want het wordt overal beproefd! Uitzondering op die regel lijkt de medische branche; vreemd genoeg komt wachten daar nagenoeg niet voor. Volgende keer meer hierover. De Franse SlagGeduld is een noodzakelijk kwaad, (zie archief voor overige artikelen) Hoewel het franse leven mij erg goed bevalt, is er één ding waar ik als Nederlander maar slecht aan kan wennen en dat is het niet nakomen van gemaakte afspraken. Een kleine greep uit een zeer grote bron ervaringen: Voor het jaarlijkse onderhoud van onze ketel hadden we de plaatselijke loodgieter gevraagd langs te komen. Was geen enkel probleem hij zou volgende week komen. Dit bleek een zeer rekbaar begrip te zijn, want na een half jaar was hij nog steeds niet langs geweest. We zagen hem ondertussen met enige regelmaat en vroegen dan uiteraard wanneer hij zou komen en hij bleef consequent zeggen “volgende week”. Ruim een jaar nadat wij hem voor het eerst gevraagd hadden, werd er op een zondagochtend om 8.00 uur aangebeld: bleek de loodgieter te zijn die heel triomfantelijk zei “ik had toch afgesproken dat ik zou komen…”. Hoewel de dag en het tijdstip niet geheel naar onze keuze was, hebben we hem toch maar binnengelaten, want om nu weer een jaar te moeten wachten… De schoorsteenveger die afgelopen najaar ons rookkanaal zou vegen moet nog komen. Ook voor hem geldt dat wij hem continu gevraagd hebben waar hij bleef. Op een gegeven moment maakte hij het zelfs zo bont dat hij zei dat hij naar ons onderweg was en er zo zou zijn. Kennelijk is hij verdwaald, want inmiddels zijn we meer dan een half jaar verder, maar is de schoorsteen nog niet geveegd. Zo’n 2,5 maand geleden bestelden wij bij iemand bij ons in de buurt 10 kuub tuinaarde. Wij waren heel blij dat het überhaupt gelukt was iemand te vinden die dat kon leveren, want aarde blijkt hier zeer schaars te zijn (doordat de grond voornamelijk uit stenen bestaat). U raadt het al: ook de grond kwam veel later dan beloofd, waardoor we genoodzaakt waren onze werkzaamheden uit te stellen en onze planning behoorlijk in de problemen kwam. En zo kan ik nog wel even doorgaan, maar de boodschap lijkt me ondertussen duidelijk: geduld is hier niet gewoon een schone zaak is, maar eerder een noodzakelijk kwaad! Geheel in het teken hiervan staan de fransen in het buitenland ook wel bekend om het zogenaamde “franse kwartiertje”. Hierover de volgende keer meer. De Franse slagDaar drinken we op! (zie archief voor overige artikelen) Later dan gepland (door vele etentjes, apéritifs, maar ook hard werken in de afgelopen periode) nu dan eindelijk de column over de franse gewoonte het Apéritif. Schreef ik de vorige keer al dat de lunch voor de fransen zo goed als heilig is, ook het apéritif staat hoog aangeschreven. Al snel nadat wij ons in Frankrijk gevestigd hadden werden wij door onze buren voor het apéritif uitgenodigd. Meestal vindt deze gewoonte rond 18.00 uur plaats en duurt zo'n twee uur. De genodigden hoeven (in tegenstelling tot bij een uitnodiging voor een lunch) niets mee te brengen naar hun gastheer/-vrouw. En het is zeker aan te raden om met een relatief lege maag te arriveren, want de fransen drinken nooit zonder tevens te eten, dus over het algemeen zijn er hapjes in overvloed bij zo'n gelegenheid.
120 gr. suiker 300 gr. bloem 1 zakje gist 3 eieren 2 gr. zout (mespuntje) 1 eetlepel oranjebloesem aroma Volgende keer: afspraken maken met fransen
Archief |
![]() ![]() ![]()
|



