De Franse Slag
Winter(sport) in de Auvergne, (zie archief voor overige artikelen)
Met temperaturen van overdag rond de 12 graden, strak blauwe luchten en heel, heel veel zon (waarin temperaturen van boven de 20 graden worden gehaald!), is het bijna niet voor te stellen dat het over precies een maand alweer kerst is. Maar uit ervaring weten we inmiddels dat je in de Auvergne zomaar de ene dag nog in je t-shirtje in de zon kan zitten, terwijl er de volgende dag een dik pak sneeuw kan vallen.
In de winter van 2005-2006 hadden we een soortgelijk voorjaar, zomer en najaar als nu en viel er eind november gigantisch veel sneeuw. Nachten waarin 40 tot 50 centimeter viel, waren geen uitzondering en al spoedig liepen de sneeuwhopen langs de kant van de weg op tot ruim 1,80 meter. Vanaf die tijd hebben we elk jaar een witte kerst gehad en volop kunnen skiën, dus dat zal dit jaar ook wel weer gebeuren.
Maar afgelopen week hebben we nog even geprofiteerd van het mooie weer en de kersen- en beukenboom gesnoeid (zie filmpje). Het afzagen van de takken gaat relatief snel, maar al het snoeihout klein zagen en opstapelen, de takjes door de hakselaar en het blad opruimen kost dagen werk. Overigens kan je met dat blad wel leuke dingen doen, zoals het versieren van de hond (zie filmpje).
Daarnaast hadden we nog 5 kuub hout laten komen en ook dat moest weggewerkt worden. Men zegt wel eens “van stookhout wordt je meerdere keren warm”, nou, dat kunnen wij geheel beamen! Morgen moet er nog een boom aan geloven en zullen we nog een paar kleine voorbereidingen voor de winter treffen. De sneeuwblazer staat inmiddels alweer startklaar vooraan in de schuur en zelfs onze website is weer winterklaar gemaakt, dus op naar een winter met lekker veel sneeuw en als het even kan, heel veel zon!
De Franse Slag
Typisch Hollands, (zie archief voor overige artikelen)
De tweede en derde week van oktober brachten we in Nederland door. Eigenlijk stond die vakantie voor begin november gepland, zodat we tot die tijd het nodige onderhoud aan ons huis zouden kunnen verrichten. Daar was het dit jaar bovendien fantastisch weer voor, maar helaas gooide een hernia roet in het eten. En als je toch niet kunt werken, kun je maar beter op vakantie gaan, dus gingen we eerder dan gepland.
De eerste vier dagen van ons verblijf regende het aan één stuk door en ervoeren we hoe het voor de meeste Nederlanders die deze zomer in eigen land doorbrachten moest zijn geweest. Gelukkig hadden we genoeg afleiding door bezoekjes aan familie en vrienden en door stedenbezoek. Het is altijd weer leuk om terug te zijn in Arnhem, de stad waar ik zo lang met plezier heb gestudeerd, gewoond en gewerkt en waar we jarenlang onze galerie in de Koningstraat hadden. De laatste paar jaren dat we daar zaten hadden we een buurvrouw die er mede schuldig aan is dat mijn gewicht elk jaar iets omhoog kroop. Ozana leidde daar met veel succes haar appeltaartenzaak en ik heb ze allemaal mogen proeven, net als de heerlijke muffins. Inmiddels heeft ze haar zaak veranderd -en daarmee ook de naam- in Urban Chef: en kun je er onder andere heerlijk lunchen, zoals wij twee keer met veel plezier hebben gedaan!
Na twee leuke weken in Nederland reden we met een volle boedelbak terug naar Frankrijk, waar de zon nog altijd scheen en de natuur een fraai kleurenpalet liet zien (zie foto's "herfst en andere jaargetijden"). Bij thuiskomst kwamen de “typisch-hollandse-cadeautjes’ die we de week ervoor hadden gekocht goed van pas. Zo gaven we een mand met allerlei hollandse delicatessen aan de buurvrouw, die twee weken lang onze kat voor ons verzorgde. En afgelopen weekend namen we een ander “Holland-pakket” mee naar franse vrienden, bij wie we op het eten waren uitgenodigd. Daar waren ook onze buren bij aanwezig en zo kwam het gesprek op wat nu eigenlijk de typisch hollandse keuken is…. Een vraag die ons al meerdere malen is gesteld, maar altijd moeilijk te beantwoorden blijft. Met de vakantie nog vers in het geheugen, konden we toch wel de nodige dingen opnoemen die we nergens in Frankrijk kunnen eten, maar wel in Nederland en daarom waarschijnlijk toch wel typisch Hollands zijn, zoals: boerenkool met worst en rode kool en snacks als frikandel(speciaal) en kroketten, allerlei soorten heerlijk brood, en snoep en zoet als drop, stroopwafels, boterkoek etc.
Onze franse tafelgenoten keken ons bij deze opsomming en de uitleg ervan enigszins misprijzend aan en vinden het duidelijk niet erg dat dat in Frankrijk geens van alle verkrijgbaar is, maar ze weten niet wat ze missen en wij helaas wel…. Dus als wij deze winter weer eens trek krijgen in een lekkere stampot boerenkool, een broodje kroket of een stroopwafel bij de koffie, zullen we Nederland nog gaan missen!
De Franse Slag
Ook de liefde van de vrouw gaat door de maag, (zie archief voor overige artikelen)
“Was sich liebt das neckt sich”, zeggen de Duitsers. Dat is waarschijnlijk precies de reden waarom ik graag op de fransen met “hun vreemde gewoontes” mag mopperen. Ondertussen hebben ze natuurlijk ook heel veel eigenschappen die ik zeer waardeer. Als geen ander verstaan zij bijvoorbeeld het ”joie de vivre”, daar kan een welwillende Nederlander, waarvan de wortelen uiteindelijk toch in Calvinistische grond hebben gestaan, nog menig puntje aan zuigen. Dit levensgenieten uit zich vooral op culinair vlak: men mag graag tafelen, liefst in gezelschap van vrienden en/of familie.
Afgelopen dinsdag was de beurt weer eens aan onze buren. Om half één precies (kennelijk worden eetafspraken nooit vergeten en kan men dan wel op tijd komen – zie “tussen twaalf en twee”) zijn alle genodigden, in opperst beste stemming, aanwezig. Het is de “vaste kern van acht”: onze buren, twee wederzijdse vriendinnen en een vriend en wij drieën. Zoals gewoonlijk begint het samenzijn met een apéro (oftewel aperitief). Hier in de omgeving drinkt men dan meestal een Kir-royal, zo ook nu, vergezeld van wat hartige hapjes die dit maal uit kleine stukjes geroosterd stokbrood met foie-gras (ganzenleverpâté) bestaan.
Alles staat al klaar bij binnenkomst en wordt in hoog tempo door gegeven (zie ook “daar drinken we op”). Ondertussen praten we een beetje over koetjes en kalfjes, wisselen de laatste nieuwtjes uit en stellen ons op de hoogte van waar iedereen mee bezig is. Het blijft een luchtig gesprek, kennelijk is er meer “bodem”nodig voor de wat zwaardere gesprekken.
Na een half uurtje borrelen veplaatsen we ons naar de rijk bedekte tafel. De buurman wijst ons onze plaats aan, want er wordt altijd aan een tafelschikking gedaan. Tijdens de eerste gang, hertenpâté (het hert is door de buurman zelf geschoten, de pâté door de buurvrouw gemaakt) met paddestoelen in het zuur en kersen, wordt er volop over eten gesproken. Dit onderwerp is altijd gepast en veilig wanneer je bij fransen aan tafel zit, vooral wanneer je de franse keuken complimenteert natuurlijk.
Vervolgens krijgen we een quiche, die een beetje doet denken aan een quiche Lorraine. Na de nodige complimentjes aan de gastvrouw, antwoordt deze dat ze ook wel “ La Reine des quiches” wordt genoemd (koningin van de hartige taarten). Ja, ja, je kunt de fransen van veel betichten, maar toch niet van valse bescheidenheid… Maar ik kan het van de buurvrouw goed hebben hoor, te meer omdat ze inderdaad goddelijk kan koken en ik nu eenmaal erg van lekker eten houd.
Dan volgt het hoofdgerecht: een deegwaar (lijkt een beetje op nudels) in een vissaus met zeevruchten, waaronder garnaaltjes. Inmiddels zijn we van de rosé overgegaan op een wat zwaardere witte wijn en daarmee krijgen ook de gesprekken een ander kaliber. Bij de “vaste kern” mag er graag over politiek worden gesproken en al het wel en wee in de wereld. Keer op keer kunnen we concluderen dat er nog veel misstanden zijn, die nooit zouden voorkomen als wij het voor het zeggen hadden….
Dan volgen de beroemde Auvergnaanse kazen, vergezeld van een fantastische rode wijn. De gesprekken worden lolliger en de buurman klapt eens goed uit de school door anekdotes te vertellen over zijn studentenleven (zo’n 60 jaar geleden). Het meeste is tamelijk onschuldig, maar hoewel ik allang wist dat er onder studenten medicijnen hele vreemde praktijken gaande waren, verbaast het me toch weer te horen wat artsen zoal tijdens hun studiejaren allemaal uitspoken (daar moet je maar niet aan denken op het moment dat je leven in handen is van één van hen, maar dat terzijde). We moeten allemaal toch wel erg lachen om het verhaal van een medestudent die zo dronken is gevoerd, dat hij volkomen van de wereld zijn roes uitslaapt, terwijl zijn medestudenten zijn beide benen in het gips zetten. Toen hij de volgende dag weer bij zijn poitieven was, verklaarden ze hem dat hij met z’n beschonken hoofd van de trap was gevallen en allebei zijn benen had gebroken….
Zonder goed dessert, geen goede maaltijd en dat weet de buurvrouw, dus heeft ze flink uitgepakt. Er worden schalen met meringues op tafel gezet, vergezeld van een kannetje verse room die die ochtend bij de boer is gehaald en bovendien volgt nog een heerlijke perentaart; alles home-made natuurlijk. Ondertussen komt er nog een vriendin van onze buren met haar kleinzoontje langs. Daar het hele gezelschap haar (tenminste) van gezicht kent wordt er een rondje zoenen gedaan (typisch franse gebruik), waarna beiden aanschuiven aan tafel en een bordje met meringues en perentaart toegeschoven krijgen. Ondertussen is Nennet, met haar 84 jaar de oudste van het stel, van tafel gelopen en heeft plaats genomen op de bank alwaar ze binnen twee minuten in een diepe slaap valt.
Na de koffie maakt de rest van het gezelschap nog een rondje door het huis (terwijl de buurman alweer buiten hout staat te kloven)waarbij de buurvrouw trots haar drie nieuwe velux-ramen showt. Vervolgens maken we Nennet wakker en keren we rond half vijf, zeer voldaan, huiswaarts, maar niet voordat we een volgende eetafspraak hebben gemaakt: we hebben precies tien dagen om van deze bij te komen!
ps. navraag naar de telefoongewoonte (zie "allo, allo") heeft, zoals verwacht, niets opgeleverd
De Franse Slag
Allo, Allo, (zie archief voor overige artikelen)
De buurvrouw belde om te vragen of we aanstaande dinsdag bij haar op de lunch komen. Dat telefoongesprek verliep geheel op z’n frans. Ik nam op met de gebruikelijke “Allo?”, waarop de buurvrouw antwoordde “Bonjour, c’est Gerti?”, “Non, c’est Ellen”, was daarop mijn reactie. Nu hoorde ik meteen aan haar stem dat het onze buurvrouw Paule was, maar anders had ik dus ofwel ook moeten gaan raden wie ik aan de andere kant van de lijn had, ofwel direct moeten vragen “c’est qui? ” Omslachtig toch? Nog niemand heeft mij kunnen uitleggen wat het voordeel van dit franse systeem is en waarom men op deze manier met elkaar telefoneert.
Ik vind de Nederlandse wijze heel wat duidelijker en efficiënter: meteen je naam zeggen als je de telefoon opneemt, dan weet iedereen waar ie aan toe is. Enfin, dat de Nederlanders zo’n beetje uitblinken in efficiëntie, dat is al meerdere keren in deze column naar voren gekomen.Van de franse wijze van telefoneren word ik eerlijk gezegd ook wel een beetje baldadig, misschien wel omdat zo’n gesprek lijkt op een scène uit de tv-serie Allo, allo (die overigens in Frankrijk helemaal niet aansloeg. Naar het schijnt omdat men het vreemde franse accent niet herkende…). Zo van: "Allo, allo, it is I, Helga".
Zo belde ik een keer onze huisarts op om een afspraak te maken die, gewoonte getrouw, opnam met “allo?”. In plaats van het gebruikelijk “Bonjour”, reageerde ik per ongeluk met een “allo?” retour, als een soort echo dus. Vervolgens kon ik nog net mijn lach onderdrukken, maar schoot me toch even dat mopje in gedachte waarbij twee Chinezen elkaar bellen en de één opneemt met “Hallo, met wie?”, waarop de ander reageert met “Ha wie, met Lo”.
Mogelijk voordeel van dit telefoon-gedrag zou natuurlijk kunnen zijn dat je je voor kunt doen als iemand anders op het moment dat je een stem aan de andere kant van de lijn hoort die je niet wilt spreken, maar dan moet je ten eerste dus wel die stem herkennen en ten tweede snel en adrem kunnen reageren.
Ik zal het dinsdag tijdens de lunch nog even aan de franse genodigden voorleggen, wie weet zit er toch een bepaalde logica achter.
De Franse Slag
Mindfulness in de franse campagne, (zie archief voor overige artikelen)
Het hoogseizoen is weer bijna achter de rug en we kunnen nu al terug kijken op een hele geslaagde zomer: volgeboekt, over het algemeen heel mooi weer en –last but not least- hele leuke gasten! Veel van die gasten lieten ook Nederlandse bladen achter, die altijd erg welkom zijn, aangezien wij die hier niet kunnen kopen. Opvallend is dat bijna ieder blad wel een artikel aan het begrip “mindfulness”wijdt. Kennelijk krijgt men steeds meer behoefte aan het “leven in het moment”, zoals men beoogt door het beoefenen van mindfulness.
Hoewel de oorsprong van het beoefenen van mindfulness (volgens Wikipedia) in het Boeddhisme ligt en uit het Verre Oosten stamt, zou het naar mijn idee best eens door de Auvergnanen uitgevonden kunnen zijn. Als geen ander verstaan zij de kunst van het leven in het moment!
Zo moest ik laatst bijvoorbeeld de butagasfles wisselen (wij kennen hier namelijk geen “stadsgas” zoals in Nederland, maar koken dus op butagas. Deze flessen kunnen bij vrijwel ieder pompstation worden ingeruild wanneer ze leeg zijn). Toen ik aan kwam rijden en zag dat er niemand voor het hokje stond, dacht ik even geluk te hebben: dit werd een makkie, ik zou binnen no time klaar zijn! Verheugd stapte ik uit en begroette de mederwerkster, die over een schriftje voorover gebogen zat, enthousiast met een “bonjour madame!” Hoewel ze me terug groette, bleef ze stug naar het schriftje kijken en cijfertjes noteren. Zo’n zes jaar geleden zou ik wellicht nog verwacht hebben dat ze onmiddellijk het schriftje ter zijde zou schuiven om mij te helpen, maar inmiddels weet ik beter, dus bleef ik heel geduldig staan wachten. Na een minuut of drie, vier vond ik echter dat ik genoeg mijn best had gedaan en besloot uiterst vriendelijk en beleefd te vragen: “Excusez-moi madame, je voudrais de changer ma bouteille de gaz, si possible, s’il vous plaît” “Un instant”, was alles wat ze terug zei, haar ogen steevast op het schriftje gericht. Het enige wat ze hoefde te doen was mij een sleutel te overhandigen, waarmee ik zelf het hekwerk zou kunnen openen waar een nieuwe fles achter lag, vervolgens zou ik mijn lege fles terug plaatsen, het hekwerk dichtmaken (de sleutel blijft er gewoon inzitten, zodat men weet waar de lege flessen liggen) en bij de mevrouw in het hokje betalen, hoe moeilijk kon het zijn? Zou ze nu echt die 2 of 3 seconde niet kunnen missen om dat sleuteltje onder het loket door te schuiven, bedacht ik me geïrriteerd? Met de artikelen uit de Nederlandse bladen nog vers in mijn hoofd, bedacht ik mij dat ik me vooral niet op moest winden en dat deze mevrouw kennelijk de kunst van het mindfulnessen prima verstond: ze liet zich door niets en niemand van haar schriftje afleiden, ondanks een lange geïrriteerde Nederlander voor haar hokje, die nu ook nog ongeduldig van haar rechter op haar linker been ging staan wiebelen.
Nederlanders mogen dan misschien niet zo goed zijn in het ontspannen, maar wij zijn daarentegen wel heel goed in het multitasken: iets waar men hier nog wel wat van zou kunnen leren! Uiteindelijk duurde het bijna een kwartier voordat ik het felbegeerde sleuteltje toegeschoven kreeg en waren er precies 27 minuten verstreken tussen de tijd van aankomst en wegrijden!
Mindfulness zou moeten leiden tot innerlijke kalmte en rust, nou het was mij duidelijk dat ik –ondanks het feit dat ik al die tijd “in het nu was geweest”- verre van dat stond. De mevrouw in het hokje was er zo te zien heel wat beter in.
Ik las zojuist, in hetzelfde stukje op Wikipedia, dat de Vietnamese monnik Thich Nhat Hanh, die mensen trainde in mindfulness, verbannen is naar Frankrijk. Het zou me niets verbazen als hij in de Auvergne zou wonen….
De Franse Slag
Frankrijk op z’n smalst, (zie archief voor overige artikelen)
Vorige week zijn we er even een weekje tussen uit geweest in eigen land, om tussen het winter- en zomerseizoen door de accu weer op te laden. De reis ging, voor inmiddels de vierde keer, naar de Languedoc; vanwege de goede weersvoorspellingen, de mooie omgeving, lekkere wijnen, omdat het de vorige keren goed was bevallen en omdat we daar inmiddels een aantal zeer goede restaurantjes kennen….
We kwamen zaterdag achter in de middag aan met inderdaad schitterend weer: zon, blauwe lucht en rond de 30 graden. Nog even een heerlijk koud pilsje op een terrasje gedronken en toen door naar het vakantiehuis, waar we al eerder waren geweest, dus bekend terein voor ons. We hadden slechts enkele boodschappen meegenomen, want wisten dat er in de plaats van verblijf een pizzeria zat waar we zaterdagavond pizza af konden halen. Zondagmiddag zouden we uitgebreid gaan lunchen in ons favoriete restaurant en maandag konden we dan boodschappen gaan doen.
Op weg naar het vakantiehuis waren we meteen even langs de pizzeria gereden om te kijken hoe laat hij open zou zijn, maar helaas troffen we nergens een bordje met openingstijden (wat overigens vaak het geval is in Frankrijk). Het terras stond wel buiten, dus om half zeven dachten we best kans te maken dat de eigenaar aanwezig zou zijn. Dat bleek echter, na tien minuten lopen, niet het geval. Gelukkig hing er wel een telefoonnummer op het raam, zo zag ik na uitvoerige inspectie. Zoals gebruikelijk had ik echter mijn mobiele telefoon niet bij me, noch een pen en papier. Het telefoonnummer in gedachte herhalend, ben ik weer teruggelopen naar het huis en heb meteen gebeld: antwoordapparaat waarop de eigenaar vermelde ’s middags en ’s avonds open te zijn, maar geen tijden noemde. Tien minuten nadat ik een boodschap had ingesproken, werd ik gelukkig teruggebeld: de eigenaar was vanaf nu aanwezig, dus ik kon gelukkig drie heerlijke pizzas ophalen.
De volgende ochtend lekker naar de markt geweest in een plaatsje op ca. twintig minuten rijden van ons vandaan. Precies om twaalf uur doorgereden naar ons lievelingsrestaurant, waar we al vaak heerlijk hebben gegeten en altijd een praatje met de ober en de chef/eigenaar maken. Rond half één kwamen we daar aan; hier hadden we al de hele week voor de vakantie naar uitgekeken…. Op het terras had zich een aardig groepje mensen, dat bij elkaar hoorde, verzameld. Toen wij vrolijk en enthousiast de ober benaderde en vroegen of hij een tafeltje voor drie had, antwoordde hij doodleuk dat ze geen klanten meer aannamen vanwege de aanwezige groep. Die groep nam hooguit één derde van het terras in beslag, waardoor er buiten nog voldoende plaats was en binnen was het zelfs helemaal leeg. We waren met stomheid geslagen dat we zo makkelijk werden afgewezen; wij als “vaste klant” terwijl we slechts met z’n drieën waren en er nog volop plaats was (je zou toch denken dat een restaurant ook met volle bezetting zou moeten kunnen draaien). Achteraf gezien zijn we doordat we zo overrompeld werden helemaal vergeten naar de chef/eigenaar te vragen, mogelijk dat die ons wel had toegelaten….
Enfin, dan maar naar restaurant nummer twee op ons lijstje, een klein half uurtje rijden vanaf het eerste restaurant, waardoor we er om 13.00 uur konden zijn (de keuken is in Frankrijk gewoonlijk tussen twaalf en twee open). Iets na de helft van onze rit naar het volgende restaurant bleek er een wegomlegging te zijn. Na ruim twintig minuten op hele smalle weggetjes door de bergen in the middle of nowhere te hebben gereden, begonnen we erg aan de betrouwbaarheid van de wegomlegging te twijfelen, bovendien zat er amper nog benzine in de tank, hadden we geen kaart van het gebied bij ons en was het al over enen. We besloten om terug te rijden en een andere route te nemen, die we kenden. Om tien over half twee kwamen we bij het tweede restaurant aan, in principe dus twintig minuten voor de keuken zou sluiten. Maar ook hier werden we, terwijl we ook in dit restaurant reeds meerdere keren hadden gegeten, niet toegelaten: te laat werd als reden opgegeven. Uitleg over de wegomlegging, mocht niet baten, noch ons verhaal dat we voor vandaag geen eten in huis hadden, al bijna twee uur aan het rijden waren om een hapje te eten en pas vanaf zeven uur ’s avonds weer een nieuwe mogelijkheid zou komen om naar een restaurant te gaan….
Om drie uur waren we weer bij het vakantiehuis en aten ons laatste stukje brood op. Die avond dan maar weer naar de pizzeria in het dorp, maar dan wilden we wel iets anders dan pizza. Bleek ook dat niet te kunnen: ja er stond wel van alles op de kaart, zoals een maaltijdsalade die wij wilden hebben, maar die kon alleen op het terras worden gegeten en niet worden meegenomen. Hoe moeilijk kan het zijn, vraag je je dan af, om een salade in een bak of voor mijn part in een kartonnen doos te doen? Dan dus toch maar weer een “soort”pizza, die wel mocht worden meegegeven.
Donderdagavond zouden we naar restaurant nummer drie gaan. We hadden keurig van te voren gebeld en gereserveerd, waren bekend in de omgeving en wisten hoe lang we er over zouden rijden, waardoor we van te voren nog wat boodschapjes onderweg konden doen. Volgens onze timing zouden we ongeveer tien voor zeven arriveren, tien minuten vroeger dan afgesproken, ware het niet dat op één km afstand van het restaurant de brug versperd was en er weer een wegomlegging was, waardoor we over half acht arriveerden (gelukkig hadden we nu wel een mobiele telefoon bij ons en het restaurant gebeld om door te geven dat we later zouden komen, maar we hadden geen idee hoeveel later natuurlijk en zagen ons zelf alweer aan een broodje zitten die avond).
Uiteindelijk hebben we op vrijdag de week nog goed en vlekkeloos af kunnen sluiten door bij restaurant nummer één tijdig te reserveren, geen wegomleggingen gehad, geen groepen die gereserveerd hadden, maar wel schitterend weer, een heerlijk drie-gangen menu en een allervriendelijkste ober en chef/eigenaar.
De Franse Slag
Het beste van twee werelden, (zie archief voor overige artikelen)
Als je een lange tijd niet meer in Nederland bent geweest (in ons geval enkele jaren), is het best verrassend om dingen die we vroeger normaal vonden nu heel opvallend te vinden. Zo vond ik boodschappen doen –toen ik nog in Nederland woonde- niet echt een leuk tijdverdrijf; ik probeerde altijd zo efficient mogelijk mijn boodschappenlijstje af te werken en ging dan zo snel mogelijk door naar de kassa. Op vakanties in het buitenland, met name Frankrijk was dat heel anders. In Frankrijk hadden ze altijd van die enorme supermarkten, waar het personeel zich vaak op rolschaatsen verplaatste. Ook hadden ze hele andere artikelen dan die je thuis gewend was, waardoor ik heel gretig werd en allerlei lekkere dingetjes insloeg. Grappig genoeg gebeurde tijdens ons verblijf in Nederland nu het omgekeerde; overal waar we keken zagen we dingen waar we trek in kregen, we vonden de supermarkt mooi gestyled en verlicht en alles zag er keurig verzorgd uit; boodschappen doen was opeens wel leuk!
En ook andere gewoonten en dingen vielen ons nu positief op, terwijl we daar vroeger nooit zo bij stil hadden gestaan. Het aanbod van een kop koffie bijvoorbeeld. Niks is lekkerder dan, na een uur of langer in de auto te hebben gezeten, meteen een kop koffie aangeboden te krijgen! Sterker nog, vaak kregen we ook nog de keuze tussen koffie, capucino of espresso, terwijl je in Frankrijk nooit bij (zakelijke) afspraken iets aangeboden krijgt, zelfs niet als je meer dan een uur hebt gereden en een gesprek van zo’n twee uur hebt. Wat ook heel opvallend was, was de mate waarin alles verzorgd is: bijna overal waar je komt zijn de straten strak geplaveid, tuinen liggen er keurig onderhouden bij, huizen zien er van buiten spik en span en goed in de verf gezet uit en binnen is het over het algemeen allemaal vrij nieuw, schoon en opgeruimd. Wat een verschil met wat wij nu in Frankrijk gewend zijn! Ook viel het ons op dat de winkels in de stad er zo gelikt en luxe uitzien en je op elk willekeurig moment van de dag verschillende versnaperingen kunt kopen. In Frankrijk kan je tussen twaalf en twee (zie colomn “tussen twaalf en twee”) overal eten en heb je keuze genoeg, ook uit gebak, wat hier als dessert wordt gegeten, maar voor die tijd en vanaf twee tot een uur of zeven ‘s avonds, hoef je nergens aan te komen om een hapje te eten en een gebakje bij de koffie kent men helaas ook niet. Die warme lunch die we hier in Frankrijk gebruiken, misten we dan wel weer een beetje in Nederland, want uitgebreid de tijd nemen voor de lunch (één tot twee uur) is in Nederland natuurlijk zeer ongebruikelijk, terwijl het toch lekker je dag breekt. Ook jammer dat het bij steden vaak moeilijk is een plekje voor de auto te vinden en dat je bovendien vrijwel overal betaald moet parkeren, zelfs om je boodschappen te doen! Hoe makkelijk is dat hier; alleen als je in hartje Clermont-Ferrand wilt parkeren, dan moet je betalen, maar de Fransen spreken er al schande van dat dat één euro vijftig per uur kost, overigens zijn er hele gedeeltes van de stad waar je niet hoeft te betalen. En dan de drukte en files op de wegen natuurlijk; hoewel we niet anders verwacht hadden, waren we het toch erg snel zat om in de file te staan: zonde van de tijd!
Ach ja, Cruijff blijft gelijk houden: ”elk voordeel heb z’n nadeel” en er bestaat natuurlijk geen land op aarde waar alles alleen maar mooi en goed is, maar als je het voorrecht hebt dat je het beste van twee werelden (in dit geval Frankrijk en Nederland) kunt combineren en het positieve blijft zien, dan kan het leven erg aangenaam zijn!
De Franse Slag
Tante Agaath in Nederland, (zie archief voor overige artikelen)
Tijdens mijn opleiding voor het Speciaal Onderwijs werd ons het “tante Agaath-effect” uitgelegd. Tante Agaath is een verre tante van de familie, die zelden langs komt. Daardoor vallen haar, wanneer ze dan eindelijk de familie op komt zoeken, dingen op die de rest van de familie als “normaal” is gaan beschouwen (dit komt door “het gekookte kikker syndroom*”). Dit kan zowel in positieve als negatieve zin zijn.
Tijdens ons verblijf in Nederland, nu een kleine maand geleden, ging voor ons duidelijk het “tante Agaath-effect” op aangezien we respectievelijk 2,5 en 4,5 jaar niet meer in Nederland waren geweest. En het moet gezegd: tante Agaath was zeer positief en trots over en op wat zij in Nederland aantrof!
Het begon al bij de grensovergang van België naar Nederland: daar waar in België de wegen nog zeer slecht van kwaliteit waren (grote gaten –wellicht dat men daarom in België in verhouding tot Frankrijk zoveel stationwagons en SUV’s rijdt? Een auto in het formaat van een Smart verdwijnt er al gauw in-, enorm veel dikke ribbels in het wegdek –waardoor de extra ruimte boven ons hoofd volledig nodig bleek te zijn- en soms zelfs afbrokkelend wegdek), wij nergens konden ontdekken wat nu eigenlijk de maximaal getolereerde snelheid was (terwijl er wel meerdere keren een bord met “pas op u bevindt zich in de risicozone”, vergezeld van een icoontje met een flitspaal stond. Maar vanaf welke snelheid lopen wij het risico geflitst te worden, vroegen wij ons –onbeantwoord- af? Of is het flitsen in België niet gerelateerd aan een snelheidsovertreding?), de afslagen of helemaal niet aangegeven stonden of pas in de bocht van de betreffende afslag, zodat het bijna onmogelijk werd om nog op tijd uit te voegen, zeker als je dan ook nog de hiaten in het wegdek wilt omzeilen. En, was men al bang dat je de afslag toch had gezien, dan heeft men dat risico –letterlijk- nog verkleind door bijvoorbeeld het woord Gand (Belgisch voor Gent) zo klein op de interlinie tussen twee boven elkaar staande plaatsnamen te proppen, dat een gemiddelde chauffeur drie keer moet kijken om het één keer te zien.
Maar dan Nederland: gelijk bij binnenkomst is het ons duidelijk dat we niet harder mogen rijden dan honderd kilometer per uur. Zouden we de grote borden aan weerskanten van de weg onverhoopt hebben gemist, dan worden we er door de hectometerpaaltjes per afgelegde kilometer tien keer aan herinnerd. Op het stukje van de hondervijftig kilometer die we die avond nog naar ons logeeradres moesten rijden werden wij dus zo’n vijftienhonderd keer aan de maximale snelheid herinnerd, waardoor zelfs een nachtblinde blondine feilloos weet op welk wegnummer zij zich bevindt en hoe hard ze mag rijden. Ook werd er veelvuldig aangegeven dat er eventueel geflitst zou kunnen worden (gelukkig nu wel met vermelding van de toegestane snelheid). Gezien de hoeveelheid duidelijk aanwezige flitspalen (bijvoorbeeld op het traject Tilburg-Vught) leek het wel een beetje op een pleonasme. Mocht Rijkswaterstaat de komende jaren nog willen bezuinigen, dan zou men bijvoorbeeld voor slechts één bord bij binnenkomst van Nederland kunnen kiezen met daarop een tekst in de geest van “u nadert risicovol flitsgebied”. De toereikende verlichting op zowel de wegen als de bebording –die overigens zeer duidelijk en strategisch goed is opgesteld- werd door ons zeer op prijs gesteld, alsmede het strak aangelegde asfalt met duidelijk zichtbare markering. Kortom, wij werden bij binnenkomst in Nederland blij verrast en dit gevoel zou alleen nog maar sterker worden, waarover in de volgende column meer.
* Stop een kikker in een pan kokend water en hij weet niet hoe snel hij er weer uit moet komen. Zet je echter een kikker in een pan koud water op een laag vuurtje dan blijft het zitten tot hij dood is gekookt. (probeer dit echter niet thuis, noch ergens anders, maar neem het gewoon aan!)








